Vrije school onderwijs

De Vrije scholen

De Vrije School Michaël Zwolle is één van de 83 vrije scholen voor basis en voortgezet onderwijs in Nederland. Wereldwijd zijn er bijna 1040 scholen verdeeld over 61 landen. De vrijeschoolpedagogie vindt haar inspiratie in de antroposofie, een geesteswetenschap die is geïnaugureerd door Rudolf Steiner (1861-1925). De eerste Vrije School werd in 1919 in Stuttgart (D) opgericht voor kinderen van arbeiders van de Waldorf-Astoria sigarPLF-20141121-0614ettenfabriek. Dit was een onderdeel van een antroposofisch georiënteerde maatschappijvernieuwende beweging, die onder andere het onderwijs vrij van staatsbemoeienis wilde inrichten.
Internationaal wordt zowel de naam Vrije School als Waldorfschool gebruikt. Rudolf Steiner heeft aan de ouders en leraren van de eerste vrijeschool een visie op onderwijs en vele praktische adviezen gegeven. Deze aanwijzingen vormen nog steeds een bron van inspiratie voor de leerkrachten en zijn de basis voor het leerplan. Het antroposofisch mensbeeld biedt de leerkrachten de mogelijkheid om inzicht in het kind te krijgen. Vanuit dit zelf verworven inzicht wordt opgevoed en onderwezen.

Landelijk wordt samengewerkt in studie, uitwisseling en advisering met de Vereniging van Vrije Scholen en de Begeleidingsdienst Vrije Scholen, internationaal met de pedagogische sectie van de Vrije Hogeschool voor Geesteswetenschap in Dornach (CH).
Voor ouders en geïnteresseerden is er een afdeling van de Vereniging voor Vrije Opvoedkunst in Zwolle, die ook activiteiten voor en in onze school organiseert. De vrije school is er voor ieder kind, ongeacht de achtergrond. Van de ouders vragen wij enkel om in te stemmen met de uitgangspunten van ons onderwijs.

 

Voor landelijke informatie is ook de website http://www.kiezenvoordevrijeschool.nl van de Vereniging van Vrijescholen te bezoeken.

Visie, mensbeeld en onderwijs

Visie

In onze visie is de geestelijke wereld net zo’n realiteit als de ons omringende fysieke wereld. Deze werelden zijn immers verbonden en beïnvloeden elkaar. De mens is burger van deze twee werelden en verbindt ze in zijn eigen ziel, met de kwaliteiten van het denken, het voelen en het willen. Ieder mens wordt geboren met een levensbestemming. Pas in een gemeenschap van mensen krijgt deze bestemming haar volle betekenis.

Mensbeeld en onderwijs

Het mensbeeld is expliciet de achtergrond van het leerplan. Wat zijn de voorwaarden voor een harmonische ontwikkeling op alle gebieden van de ziel, passend bij de leeftijdsfase van het schoolgaande kind? In de kleutertijd en daarvoor, tot ongeveer het zevende jaar staat de lichamelijke ontwikkeling van het kind centraal: de groei en de motoriek. Door veel te spelen en te bewegen, dooPLF-20150122-7583r een regelmatige dagindeling, door liedjes en een opgewekte sfeer, wordt het kind ‘baas in eigen lichaam’.
Eenmaal op de basisschool tot in de puberteit, komen de psychische kwaliteiten meer op de voorgrond. Het kind beleeft zichzelf en de omgeving dan in hoge mate in zijn gevoelens. Daarom sluit de leerkracht met het onderwijs allereerst bij het gevoelsleven van het kind aan. Dat gebeurt als het kind voor iets ‘warm’ kan lopen, en er enthousiast voor wordt. Door de lesstof beeldend te brengen en een sfeer te scheppen waarin kunstzinnigheid en de kinderlijke belevingswereld een belangrijke plaats innemen, worden fantasie en voorstellingsvermogen gestimuleerd. Ook de manier van denken en willen wordt aangesproken. Hoe het kind denkt is belangrijker dan wat het kind weet. Elk kind heeft de aanleg om creatief en probleemoplossend te denken. En of het kind zijn wil kan sturen helpt meer in het leven dan het uitvoeren van aangeleerde, stereotype handelingen.

Leeftijdsfase en niveau

Kenmerkend voor het vrijeschoolonderwijs zijn het klassikale onderwijs en de aansluiting bij de leeftijdsfase van het kind. Welke rol speelt daarbij het niveau van het kind? Het ‘niveau’ is niet eenduidig. Een kind kan motorisch, sociaal en emotioneel zeer bij de tijd zijn, terwijl het op kennisniveau achter blijft. En ook het omgekeerde komt regelmatig in allerlei variaties voor. Aan het cognitieve niveau wordt tegenwoordig vaak veel waarde gehecht. Het is gemakkelijk te meten en in getallen uit te drukken. Op de Vrije school Michaël Zwolle doen wij dit door de leerlingen systematisch en door middel van toetsen te volgen. Daarnaast worden ook andere aspecten van de kinderen bekeken. Het cognitieve niveau is niet als enige bepalend voor succes in vervolgonderwijs of het vervullen van een maatschappelijk waardevolle rol. Stabiliteit, sociaal-emotionele vermogens en doorzettingsvermogen zijn daarvoor minstens zo belangrijk. Met het motto ‘ het kind aanspreken naar hoofd, hart en handen’ wil de vrije school het evenwicht tussen al deze factoren benadrukken. Een evenwicht dat in elke leeftijdsfase een speciale constellatie heeft.

De autonomie van de leerkracht

In vrije scholen is de leerkracht autonoom. Wat betekent dat?
De leerkrachten laten zich mede inspireren door de antroposofie. Dat houdt ook in dat men een ontwikkelingsweg gaat, met als doel zich het antroposofisch mens- en wereldbeeld en de daarop gebaseerde vrijeschoolpedagogiek eigen te maken. Dit is een zeer persoonlijk en volstrekt vrij proces. De ervaring van de leerkracht zelf en het gefundeerde eigen inzicht zijn daarbij van doorslaggevend belang. De leerkracht kan zich niet beroepen op welke autoriteit buiten zichzelf dan ook, ter motivering van zijn lesstof, gedrag of uitspraken. Dit betekent niet dat de leerkracht antroposofie onderwijst. Het betekent wel dat de leerkracht autonoom is.Ouders noch schoolleiding bepalen wat de leerkracht pedagogisch met of voor de leerlingen doet. Vanzelfsprekend zijn er wettelijke voorschriften, ethische kaders en onderlinge afspraken waaraan de leerkracht zich te houden heeft. Maar de autonomie is een belangrijk gegeven voor de leerkracht, de ouders en ook voor de kinderen.

De leerkracht heeft wel de taak om zijn pedagogische opvattingen, houding en gedrag inzichtelijk en aanvaardbaar te maken voor de ouders, juist waar deze andere uitgangspunten hanteren dan de leerkracht zelf. Daarbij zal de leerkracht nooit de autonomie van de ouders in de weg staan om hun kinderen op hun manier op te voeden.